- (English, colloq.) clipping of register; a private record of small, returning matters one means not to forget.
- (English) one that gives the gist; an agent or application that distils, from the great mass of one’s small affairs, the matter presently at hand. Cf. analyser.
- (Dutch) gisteren — yesterday; the day by which, by rights, all this ought already to have been done.
Onderwerp, geen taak.
Je denkt niet "de fietsverzekering moet vernieuwd worden". Je denkt "even al die verzekeringen langslopen". Daar sluit Gister op aan — één kaart per onderwerp, en de losse items erin pak je samen aan.